Korte inleiding
Over de
wijk Belcrum in Breda is een rijke historie bekend die teruggaat
naar 1340. In het verleden sprak men over: Opten aert nabij de
Belcrumberghe, in 1463 was het Achter den aert tot Belckeren. Vanaf
de 18e-19e eeuw spreekt men van "Belcrumpolder",
het "Belcrumkwartier", en de "Polder".
De woning van de parkopzichter
In 1620 werd in opdracht van Prins Maurits in de Belcrum te midden
van het Belcrumbos een jachtslot gebouwd, "Het Speelhuis".
Vandaar ook de naam Speelhuislaan. Het "Speelhuis" stond
op een heuvel waar veel konijnen zaten en werd de "Konijnenberg" genoemd.
Vandaar ook de straatnaam "Konijnenberg". Het Belcrumbos
werd in 1624 verwijderd en twee eeuwen later werd "Het Speelhuis" gesloopt.
Het gebied Belcrum behoorde eerst niet tot Breda, maar in 1921
ging Breda proberen de Belcrumpolder erbij te trekken. Wat in 1927
eindelijk lukte. Pastoor van Princenhage zei daarover: “Geve
God dat de stad Breda zoveel mogelijk tegengehouden worde in haar
liberalen, d.i. ongeloovigen heidenscher geest, nachtelijke sluitingsuren
van herbergen, bioscopen etc.”
Christus Koningkerk
In 1930 waren grote delen van de Belcrumpolder onbebouwd. Op
1931 kreeg de Sint Annaparochie de opdracht tot het bouwen van
een nieuwe parochie. Direct na de bekendmaking stuurde de Bisschop
een bedelbrief de wijk in om geld in te zamelen voor de bouw. “Nu
door verleiders met den dag driester wordt opgetreden is het dringend
noodzakelijk, dat met nog meer kracht gestreden wordt voor Christus
onzen Koning, tot behoud en uitbreiding van zijn rijk op aarde.” De
opbrengst van de ‘bedelactie’ leverde 13.650 gulden
op.
Bron: De Belcrum, Piet Buurmans, 2001
Dit is slechts een kort inleidend stukje historie uit het boek
De Belcrum.
Stuur voor meer informatie een mailtje naar Paul Ouwerkerk: info@belcrum.nl
|