Sleutelproject spoorzone Breda
Inleiding
In verband met de komst van de HSL-lijn en de bijbehorende shuttle,
is het noodzakelijk dat het stationsgebied een facelift krijgt.
Niet alleen dient het station uitgebreid te worden met een extra
perron t.b.v. de shuttle, ook het terrein erom heen zal opnieuw
ontwikkeld gaan worden. Breda is in dit verband aangewezen als
één van de 6 sleutelprojecten. Deze status
- met bijbehorende aandacht vanuit de rijksoverheid en (in meer
of mindere mate) financiële middelen – kan verkregen
worden indien het project voldoet aan de landelijke doelstellingen
als het gaat om economische ontwikkeling, bereikbaarheid, vitaliteit
en intensief ruimtegebruik. Onderstaande tekst is een weergave
van de standpunten en kanttekeningen die door de D66-fractie naar
voren zijn gebracht bij de eerste formele bespreking van de "Verkenningen
Sleutelproject Spoorzone Breda" in de Raadscommissie Ruimtelijke
Ordening.
Breda krijgt een unieke kans. De HSL komt over enkele jaren voorbij
denderen, en we krijgen de kans om aan te haken, via de HSL-shuttle.
Dit is toegezegd door het rijk, maar om te verzekeren dat dit
ook daadwerkelijk gaat gebeuren, is een goede ontwikkeling van
de spoorzone een vereiste. Het is hier, dat de reizigers in kunnen
stappen op de shuttle die hen rechtstreeks naar Antwerpen of Rotterdam
kan brengen. Ten behoeve van deze shuttle zal een uitbreiding
van het huidige station nodig zijn.
Het nieuwe station, met de HSL, kan als vliegwiel gaan fungeren
voor de ontwikkeling van Breda tot een stad die meetelt op de
as Randstad – Antwerpen. Het stationsgebied kan hierbij
uitgroeien tot een zakencentrum met een euregionale uitstraling.
In het stationsgebied, en de omgeving daarvan, liggen de mogelijkheden
om Breda daadwerkelijk op de kaart te zetten. De wijze van aanpak
van het stationsgebied is richtinggevend voor ontwikkelingen op
langere termijn voor zowel de stationsbuurt, de Belcrum, en de
huidige CSM-terreinen. Dit gebied zal dan het verstedelijkingsgebied
van Breda worden over 15 à 20 jaar.
Om een nieuw station tot een succes te maken, moet aan een aantal
voorwaarden worden voldaan;
De eerste is de beheersing van de mobiliteit. Hiertoe is een
verknoping van openbaar-vervoerlijnen noodzakelijk: de trein,
de toekomstige HOV-verbinding. Ook voor langzaam verkeer (fiets!)
en de auto moet voldoende aandacht zijn. Ten behoeve van het Openbaar
Vervoer is er een belangrijk verband met de herinrichting van
de Oost- en Westflank. Deze twee projecten kunnen wat de D66-fractie
betreft niet los van elkaar gezien worden: zij dienen elkaar te
versterken.
De tweede is de sociale veiligheid. Om dit gebied tot volle bloei
te brengen, ook buiten kantoortijden, is functievermenging (wonen
en recreëren naast werken) noodzakelijk. De voorbeelden
van stationsgebieden waar je ‘s avonds absoluut niet wil
verblijven zijn helaas te talrijk. Het is onduidelijk of het wonen
boven kantoren zoals in de huidige plannen wordt voorgesteld een
gewenste situatie oplevert. De Sociale Effect Rapportage (SER)
die uitgevoerd zal worden, is daarom een belangrijk instrument
bij het maken van de juiste keuze.
Met betrekking tot de rapportage hebben we nog een aantal concrete
vragen:
Voor de HOV-lijn wordt aangegeven dat een tramsysteem op termijn
het beste is. Op welke termijn? En op basis van welke gegevens
is deze conclusie getrokken?
Het traject van de HOV-lijn wordt vanaf het station in oostelijke
richting direct langs het spoor voorzien (tot aan de Oosterhoutse
weg). Gekoppeld aan (mogelijke) ontwikkeling zoals de HSL-Oost,
de verdubbeling van het spoor naar Eindhoven en een spoorlijn
naar Utrecht, is daar dan wel genoeg ruimte voor?
De conclusie wordt getrokken we moeten streven naar een verhoging
van de spoorlijn, zodat een ‘natuurlijker verbinding kan
worden gemaakt tussen het centrum en het gebied ten noorden van
de spoorlijn’. Er ontstaat dan een zichtverbinding tussen
beide delen, i.p.v. dat wegen ter hoogte van het spoor ingegraven
moeten worden (bijv. Terheijdenseweg). Dat kost echter heel veel
geld (en tijd). Toch zouden we dat eigenlijk bij elke gelegenheid
die zich voordoet moeten doen, aldus het rapport. Ons insziens
is de eerste gelegenheid die zich voordoet de HSL-boog. Deze mogelijkheid
wordt echter niet genoemd, waarom niet?
Hoe past deze ‘stapsgewijze’ verhoging in de aanleg
van het station, puur praktisch gezien? Het station zal een passage
onder de sporen kennen, en waarschijnlijk een vorm van bebouwing
erboven. Hoe ga je stapsgewijze verhoging van de sporen opvangen
in deze constructie? Dat lijkt ons geen haalbare optie.
Jan Engels