Risicoatlas Spoor
Hier vindt u informatie over de risico's van het transport van
gevaarlijke stoffen per spoor Deze informatie, in tabelvorm weergegeven,
is ontleend aan de zogenaamde Risicoatlas Spoor. Deze atlas geeft
informatie over de transportstromen, plaatselijk risico en over
aandachtspunten t.a.v. groepsrisico voor zover het gaat om het
vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Het gaat hier uitsluitend
om de baanvakken en niet om de spoorwegemplacementen. Kennis over
risico's van emplacementen is en wordt verzameld in het kader
(van het vervolgtraject) van het project PAGE (Plan van Aanpak
Goederen Emplacementen).
De atlas voorziet in een behoefte die in de afgelopen jaren merkbaar
is gestegen. Maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen
verhogen de vraag naar feitelijke informatie aangaande dergelijke
risico's. Ik refereer aan enkele ernstige calamiteiten die in
het recente verleden plaatsvonden, aan besluiten over al dan niet
nieuwe spoorinfrastructuur, aan de toegenomen aandacht voor intensief
en meervoudig ruimtegebruik en aan de vraag om ons te prepareren
op rampsituaties.
Ik verwijs ook naar de op komst zijnde wettelijke registratieplicht
van dergelijke risico's [Tweede Kamer, nr. 27628]. Deze risicoatlas
spoor kan daar een bijdrage aan leveren. Zoals ik de Kamer heb
toegezegd, heb ik dan ook binnen mijn ministerie opdracht gegeven
om in die behoefte voor het spoorvervoer te voorzien. Eerder is
reeds een risicoatlas voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
over de weg gemaakt [AVIV-project 9632, December 1997].
Over deze atlas
De informatie die in deze atlas wordt gegeven, is (onvermijdelijk)
gebaseerd op gegevens van eerder gerealiseerd vervoer. Het gaat
dan ook feitelijk om een momentopname van jaarcijfers (1998).
Een transportsysteem is echter voortdurend aan wijzigingen onderhevig.
Dat feit maakt dat de gegevens voor de situatie op dit moment
slechts indicatief zullen zijn. In grote lijnen zijn deze gegevens
echter goed bruikbaar voor een inzicht in de huidige situatie
op het spoor. Deze gegevens worden binnen mijn ministerie ook
gebruikt om een doorkijk te verkrijgen naar de toekomstige situatie
als zich belangrijke wijzigingen voordoen zoals het geval bij
nieuwe infrastructuur en als er nieuwe transportstromen op routes
ontstaan. Dit "on going" proces is ook in de periode
waarbij dit project spooratlas werd gestart, een aantal malen
aan de orde is geweest. Een voorbeeld is het vervoer van chloor
in de Limburgse regio dat in deze atlas is vermeld. Aangezien
de chloorfabriek in Midden-Limburg in 1999 is gesloten, is dit
vervoer sindsdien nihil geworden.
Het spreekt voor zich dat er daarom regelmatig een nieuwe atlas
moet worden uitgebracht.
Behalve op basis van de kwantitatieve transportstromen per categorie
gevaarlijke stoffen is het risico-overzicht voor wat betreft de
inschatting van het groepsrisico gebaseerd op bevolkingsgegevens
uit openbare, maar minder exacte bronnen. De risicoberekeningen
zijn volgens de standaardrekenmethoden welke specifiek voor vervoer
ontwikkeld zijn, uitgevoerd (bekend als de rekenmal IPO-RBM).
Soms zullen de hier gepresenteerde berekeningsresultaten kunnen
afwijken van vorige of komende analyses. Veel hangt daarbij af
van de basisgegevens waarvan gebruikt wordt gemaakt. De atlas
is voor derden bruikbaar en ook primair bedoeld als een indicatie
van de aandachtspunten t.a.v. externe veiligheid. Dit in het licht
van aandacht voor bronmaatregelen, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
en de noodzaak voor rampbestrijdingsplannen. Voor ieder spoortraject
en voor iedere locatie in Nederland is nu eenvoudig na te gaan,
in hoeverre de problematiek van de externe veiligheid bij spoorvervoer
relevant is. De ordegrootte van het berekende risico geeft direct
inzicht in het belang van externe veiligheid in de beschouwde
gemeente of regio.
Instrument voor vele doeleinden
Ik gebruik de in deze atlas opgenomen gegevens evenzo voor de
ontwikkeling van nieuw beleid:
Een dergelijke risicobeeld maakt duidelijk waar, mede in het
kader van het risicobeleid (de nota RNVGS van 1996, straks de
AMVB externe veiligheid voor vervoer) maatregelen moeten worden
genomen en/of waar ruimtelijke beperkingen gelden langs het spoor.
Eerder heb ik aangekondigd dat ik de wens heb het spoorvervoer
van gevaarlijke stoffen te reguleren. De bedoeling daarvan is
om baanvakken aan te wijzen waarover het vervoer van bepaalde
gevaarlijke stoffenstromen moet worden afgewikkeld met daaraan
gekoppeld de ruimtelijke beperkingen die dat met zich meebrengt
alsmede de aandacht die moet worden gegeven aan rampenbestrijding.
Daar staan dan baanvakken tegenover waarbij die beperkingen niet
behoeven te gelden. Over deze systematiek welke ik reeds aankondigde
in het kader van de besluitvorming over (het niet doorgaan van)
de NOV lijn, zal ik zeer binnenkort de Kamer uitgebreider informeren.
Mijn ministerie voert thans intensief overleg met vervoerders
en verladers om te komen tot verdere verbeterpunten t.a.v. het
risico dat samenhangt met het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Belangrijk daarbij is tevens de directe informatieverstrekking
over dit vervoer waar immers het centraal geleide spoortransport
mogelijkheden voor moet kunnen ontwikkelen.
Tenslotte gebruik ik deze informatie om bij voortduring te blijven
zoeken naar nieuwe wegen om de externe veiligheidsrisico's langs
het spoor te verminderen. Hiertoe leent zich de internationale
regelgeving, de nationaal te stellen regels met als voorbeeld
de regeling voor het vervoer van chloor, de uitvoering en het
onderhoud van de infrastructuur, de procesvoering op het spoor
en de handhaving van regels.
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
T. Netelenbos